14 juli 2016: Ook ik wil gewoon lief gevonden worden.

Gek. Terwijl ik stik-gelukkig ben, ineens in een bui terechtkomen, of misschien is het meer een emotie of gevoel, die het tegenovergestelde zou laten denken. Als je ‘boe’ tegen me zegt, ga ik al huilen. Mijn jongste zoon vroeg me net: “Mama, waarom zie ik tranen in jouw ogen?”

Je begrijpt wat er vervolgens gebeurde….

Ik hang aan een soort parachute van gevoelens. Ik heb ze bij me ze houden me in de lucht maar tegelijkertijd voel ik dus geen grond onder mijn voeten. Overall voel ik me blij en gelukkig. Over dingen die onverwachts gaan zoals ze gingen: een heerlijke man ontmoeten, een gezin dat bij tijd en wijlen dus heel groot is, kinderen van twee gezinnen die af en toe ineens met elkaar te stellen hebben en waar dat gelukkigerwijs heel goed uitpakt. Nieuwe kinderen om me heen die ik heel lief vind. Ik hoop maar zij mij ook.

En daar begint het misschien. Het ongrijpbare. Vinden zij mij wel echt leuk? Durven zij zich wel uit te spreken of doen ze uit veiligheid sociaal gewenst? Zijn ze niet gewoon heel beleefd want zo opgevoed maar vinden ze niet eigenlijk heel iets anders? Hoe ervaren zij het nou echt? Etcetera. Tuurlijk vraag ik het af en toe voorzichtig, en natuurlijk zeggen ze dan dat het goed gaat, ze het allemaal leuk vinden.

Echt doorvragen doe ik niet, durf ik niet, wil ik niet. Voor hen niet. Ze hebben het in hun loyaliteitsverscheuring jegens hun vader en moeder al pittig genoeg. Ik ga daar geen enkele bijdrage aan leveren. Dus loop af en toe op eierschalen of zet een klein muurtje op waarbinnen ik me veilig voel. Ik merk dit mechanisme. Ook ík wil niet gekwetst worden.

Kennelijk heb ik een heel sterke behoefte naar de zekerheid lief gevonden te worden. Aanvaard en geaccepteerd te worden, voor wie ik ben. Zoals ik ben. En ik weet nu niet of dat zo is. Dus dit maakt mij af en toe onzeker en wiebelig. En het maakt ook dat ik mijn eigen kinderen minder ruimte geef in hun gedrag naar mij.

Hún onvoorwaardelijke liefde wil ik nu zeker voelen, zien, merken. Ik wil dat afdwingen. Dat werkt natuurlijk niet. zij zetten zich als reactie tegen me af. Ondanks dat ze ook merken dat ik in de knoop zit. En dan geven ze me een dikke vette knuffel, die mijn hartje doet overstromen. En dan krijg ik weer tranen…

Mijn impulsen, mijn probleem. Kinderlijk. Menselijk ook. Ik zou het wel graag anders zien alleen dat lukt me even niet. Het raakt me gewoon te diep. Lief zijn, ook nar mezelf. Ik mag dit zo voelen. Ik ben het me bewust. Ik let op wat ik doe, ook al kan ik het niet allemaal tegenhouden.

Waarschijnlijk kan ik niet anders dan het laten. Laten gebeuren, het er eventjes laten zijn.

 

14 juli 2016: Ook ik wil gewoon lief gevonden worden.

8 juli 2016: “A toxic person: do not engage”.

Pijn in mijn buik heb ik ervan. En in mijn hart. Zo sterk voel ik mee met mijn lief. En met zijn kinderen nog meer.

Een moeder hebben die zich zó laat gaan. Die, zonder enig besef van de schade die ze toebrengt, haar kinderen betrekt in haar leed en haar boosheid jegens haar ex-man. Hun vader. Die arme kleintjes dwingend partij te kiezen. In ieder geval als ze bij haar zijn. Hen kleine zaadjes in hun hoofd plantend over de gemene dingen die hun vader háár allemaal heeft aangedaan. Hen meenemend in haar gevoel van ongeluk, ellende en slachtofferschap. Hen voorhoudend dat hij het is die heeft gefaald en dat het dus zijn schuld is dat zij zielig zijn.

Als kinderen van gescheiden ouders.

Ik vind ze nu pas zielig. Nu ik dit hoor, meekrijg, zie en voel gebeuren. Merk dat zij zich ongemakkelijk voelen en verscheurd. Weet dat zij hun vader verloochenen als ze bij haar zijn. om haar te plezieren en in de hoop dat ze dan een beetje gezellig blijft.

Geen seconde lijkt ze stil te staan bij de schade die ze deze kleintjes berokkent. Háár kleintjes waarvan ze zegt dat zij de belangrijksten zijn. Maar in haar slachtofferschap en passieve agressie rukt zij nietsontziend hun hartjes uiteen. In rafels waarvan zij niet snappen wat het is dat ze voelen.

Zo weinig in contact met haar eigen gevoel. Alleen maar woorden en destructief gif. Tactiek der verschroeide aarde.

Ik sta erbij en kijk ernaar. Het enige wat ik kan en wil doen is hen een fijn gevoel geven als ze bij mij zijn. Bij ons. Geen druk, geen schuldgevoel, geen loyaliteitsconflict. Gewoon een tijdje pais en vree. Harmonie waarin ze hopelijk elke keer heel eventjes kunnen herstellen.

De regel luidt: “Toxische mensen: do not engage.”

Wat ongelooflijk makkelijk gezegd en ontzettend moeilijk gedaan.

8 juli 2016: “A toxic person: do not engage”.

23 mei 2016: vrijheid komt met (pijnlijke) eerlijkheid

Hoe eerlijk durf jij te zijn tegen jezelf? Dat vraag ik mij wel eens af. Ik ga er vaak prat op dat ik snoei-eerlijk ben. Juíst tegen mijzelf. Maar de laatste tijd weet ik niet zeker of dat wel echt zo is.

Sus ik mijzelf niet met hard (of zoet-) klinkende waarheden die ik in de loop der tijd formuleerde maar die helemaal niet echt-waar zijn. In de buurt komen wellicht maar net niet echt raken?

Af en toe ben ik het zeker, bloedeerlijk. Maar soms maak ik mezelf er volgens mij ook stiekem net een beetje te makkelijk af. Ik weet niet eens zeker of ik het wel kan. Of mijn brein niet veel te slim is in het mij om de tuin leiden, te sussen, zowel mijn geweten als mijn gemoed, precies een steekje te geven zodat ik het geloof: zie je wel het doet pijn dus nu ben ik eerlijk.

Terwijl, om absoluut vrij te zijn, is het geloof ik absoluut noodzakelijk 100% eerlijk te zijn.

Eind vorig jaar was ik 100% eerlijk. Naar mezelf en daarna naar de ander. Dat kostte me de relatie met diegene. Het deed pijn. Heel erg. Maar het gevoel van vrijheid was groter.

Toch hoop ik niet dat ik dat ooit nog een keer zo hoef te ervaren.

23 mei 2016: vrijheid komt met (pijnlijke) eerlijkheid

22 mei 2016: Fucking familie-opstellingen…

Zo’n dag als vandaag, die hoop ik toch niet al te vaak mee te hoeven maken. niet meer. Heb zo veel van dit soort dagen al achter de kiezen. Te veel. Dacht dat ik ze redelijk van me aan het afschudden was. Vertrouwde daarop. Zoveel stappen gezet. En dan toch; vandaag.

Verschrikkelijk.

Familie-opstellingen is een waanzinnig iets. Waanzinnig interessant als beschouwer. Waanzinnig irritant als belever. Als je er middenin zit, meegezogen wordt in de patronen van je jeugd. Diezelfde patronen die voor de destructieve patronen zorgden die jij zelf ging leggen. In je relaties, sociale interacties, binnen in jezelf.

Vandaag werd ik er keihard mee geconfronteerd. Het was bijna lachwekkend. Voor de toeschouwer dan. Voor mij niet. Ik vond het om van te kotsen en om van te janken.

Ten eerste: waarom gebeurt me dat nou ineens?!

En ten tweede: waarom verandert er zo weinig?!

Ik ben verdrietig en boos. En vooral op mezelf. Ik ben degene, de énige, in mijn setting die hier bewust mee bezig is. Ik ben dus ook degene die de patronen kan verleggen. En vandaag? Vandaag lukte me dat niet. Sterker nog, ik probeerde het niet eens. Werd er vol ingezogen. Met als resultaat dat ik me leeg-gewrongen voelde: murw, doodmoe en frustrated as hell!

Een jaar geleden balanceerde ik op de rand van een burn-out. Of was het een totale inzinking. Who cares, het was niet goed. Toen voelde ik me permanent zoals ik me vandaag voelde nadat ze weg waren, mijn ouders. Zich er niet van bewust hoe ik me voelde. Omdat ik ze dat niet laat merken. Tuurlijk niet. De lieve mensen zijn helemaal hierheen gereden, voor mij en hun kleinkinderen. Ze zijn ouder aan het worden. En niet meer te veranderen. En ook niet zo heel flexibel waar het dit soort zaken betreft. Heeft de strijd die ik daarover vrees teveel voeten in aarde.

DUS LAAT MAAR!

Het grote loslaten. Ik schrijf het wel van me af. En ga hier volgende week eens even rustig naar kijken.

22 mei 2016: Fucking familie-opstellingen…

21 mei 2016: Controle of de natural flow of things?

Het houdt mij bezig; het samenzijn in de liefde die ‘nieuw’ is. Niet het letterlijke samen-zijn, zelden viel mij iets zo makkelijk. Wij passen extreem goed bij elkaar, spreken dezelfde taal, voelen hetzelfde aan. Ik mag zijn wie ik ben bij hem. Hij laat me. Ook in mijn duisternis. Zit er niet bovenop. Geeft me de ruimte zonder me het idee te geven dat het hem helemaal niet boeit. Hij voelt mee maar neemt niet over. Ik hoop dat hij datzelfde van en bij mij ervaart.

Nee, wat mij vooral bezighoudt in ons samenzijn, is hoe ik dat kan doen zonder weer verwachtingen te hebben. Over straks, later, de toekomst. Ik wil dat niet omdat ik inmiddels heb ontdekt dat je die nu eenmaal niet kunt voorspellen noch kunt maken. Het balletje rolt zoals het rolt. De natural flow of things. Het leven is organisch en wij hebben veel minder impact of sturing dan wij neigen te denken dat we hebben.

Ik denk steeds meer dat proberen te sturen the natural flow of things dusdanig verstoort dat het resultaat misschien vooral teleurstellend zal zijn. Of is dat doemdenken? Wat weten we toch in het geheel verdomde weinig eigenlijk. Maar dat terzijde.

Ik ben iemand die moeite heeft met ‘laten’. Mijn neiging ís om te sturen. In de hoop dat het gaat zoals ik dat graag wil. Niet omdat ik persé wil dat dingen my way gaan. Maar omdat ik liefst geen pijn meer wil hebben.

Heb ik wat te wíllen dan?

Tsja, en dan dat ‘liefde die nieuw is’. Het voelt niet nieuw. Als bedoelt in de tijd. Het voelt alsof het nooit anders was. Zo moest zijn. Altijd al zo had moeten zijn. Natural flow of things-achtig…

Dus ik vertel mezelf om het te laten stromen. Te laten zijn zoals het is en gaat. Alle hobbels en kuilen te laten komen en slechten zoals ik ze op dat moment kan slechten. Of wij dat kunnen. Misschien is dat wel waar ik de mist in ging. Toen. Teveel de controle, te weinig het vertrouwen.

Laat ik in godsnaam diezelfde fout niet weer maken.

 

21 mei 2016: Controle of de natural flow of things?

19 mei: Toch verwende draken

Af en toe kan ik er niet bij hoe verwend mijn kinderen zich gedragen. Want zo verwend hebben wij ze niet. Ze krijgen een klein bedragje als zakgeld. We overstelpen ze niet met dure kleding of bergen spullen. Dat spraken we ook ooit af: ervoor te waken dat onze kinderen een stelletje verwende en vervelende draken zouden worden, die het ophouden van hun handjes doodnormaal vinden.

Toch knaagt ergens het gevoel dat wij ons beleid uit het oog zijn verloren. Of wellicht niet ons beleid, eerder de realiteit. Wij wonen tenslotte in een van de duurste regionen van Nederland. Met ontzettend veel Heel Rijke types om ons heen. Veel vriendjes van onze kinderen zijn hun kinderen.

Ik beweer niet dat deze kinderen alleen maar de hele dag van alles krijgen. Maar voor een heel aantal geldt dat wel. Zeker als je het afzet tegen wat een gemiddelde Nederlandse ouder te besteden heeft en dus kan geven aan zijn kinderen. Ik denk dat wij, ondanks dat wij absoluut niet tot de Heel Rijken behoren, ook niet meer zo goed weten hoe het er bij Heel Modale huishoudens aan toe gaat.

Toen we nog bij elkaar waren zaten we best ruim in ons jasje. Nog niets vergeleken bij de echte ‘well-to-do-ers’ maar we hadden niets te klagen. Sinds we gescheiden zijn is het een heel stuk smaller. Echter vergeleken bij mensen die het écht zwaar hebben, prijs ik me nog altijd gelukkig.

Ergens zijn we een beetje mee gaan doen met onze omgeving. En ergens zijn we ook gaan goedmaken dat onze kinderen zielig waren toen we gingen scheiden. Zijn we íets toegeeflijker geworden, vanuit een schuldgevoel ook. Kinderen ruiken dit. En ze zijn gemeen: “Nou dan vraag ik het aan papa…!” Moet ik die man weer gaan bellen om me ervan te verzekeren dat hij niet buigt voor de hebberige wensen van een puber die ineens weer het idee heeft dat de hele wereld om haar draait.

Mijn bijdrage aan de verwennerij zit minder in het geven van spullen dan in aandacht.  Maar ook in aandacht waar op een negatieve manier om wordt gevraagd. Omdat ik me af en toe inderdaad te kort voel schieten. En omdat ik het irritant vind als ze hun zaken niet voor elkaar hebben en het dan voor ze op ga lossen. Omdat wij het allebei heel leuk vinden om te zien dat ze enorm genieten van de dingen die ze leuk vinden om te doen maar die allemaal wel geld kosten en ons dan niet willen laten kennen. En omdat ik het lastig vind ze echt helemaal te negeren.

Daarom zijn ze toch te verwend. Ze weten op welke knoppen ze bij wie moeten drukken. En worden daarin beloond.

Damn!

 

19 mei: Toch verwende draken